vrijdag 10 februari 2012
Olympische geest blijft in Ondiep
Het is even stil bij ons thuis, bij zijn sportschool in Ondiep, bij zijn standbeeld in Wijk C. De grootste Nederlandse sportman van de twintigste eeuw is overleden. Judoreus Anton Geesink stierf vrijdagmiddag, hij werd 76 jaar. Bij zijn sportschool aan de Anton Geesinkstraat in Ondiep hangt een groot papier, waar men de bezoekers vraagt om gepaste stilte in verband met het overlijden van Geesink. Bloemen zijn neergelegd naast de deur. Judoleerlingen lopen met zwaar gemoed de school in. Hoogst waarschijnlijk – op het moment van schrijven is daar nog onzekerheid over - zal het lichaam van Anton Geesink in de sportschool worden opgebaard.
Vanaf zijn zevende jaar traint de oudste Idol Mind junior (13) in de sportschool van Anton Geesink in Ondiep. Het is niet zo maar een sportschool. Het gebouw, waar Geesink zelf op de bovenste verdieping woonde, is een originele dojo. Aan één kant een kleine verhoging, een soort tribune, de rest van de zaal bestaat uit een judomat. Voor toeschouwers verboden deze te betreden. En ook de judoka’s mogen de mat alleen betreden via een trap vanuit de ondergrondse kleedkamers. In heel Europa zijn er maar een paar van deze originele dojo’s. En deze dojo ademt de sfeer van Judo, tot in alle vezels. Aan de muur hangt een eenvoudig portret van Jigoro Kano, de Japanse grondlegger van het Judo. Daarnaast een prachtig schilderij van de Olympische finale uit 1964 met de beroemde eerste houdgreep, de zogeheten Kesa Gatama, tegen zijn Japanse opponent Akio Kaminaga.
Het waren niet alleen de vele titels, het Olympisch Goud in 1964 die Geesink tot een bijzondere sportman maakte. De grootste indruk maakte hij na de gewonnen finale in 1964. Uitzinnige Nederlandse sporters wilden de heilige judomat oprennen om de Olympische winnaar te omhelzen. Maar Geesink liet dat niet toe. Woest stuurde hij de supporters eraf. Houd respect voor het judo, houd respect voor de tegenstander. En vooral, houd respect voor de Japanners die hun Judo, hun nationale volkssport, in hun eigen land hadden opengesteld voor de Olympische Spelen voor andere judoka’s in de wereld. Zij dachten dat zij in hun sport onoverwinnelijk waren, maar Geesink maakte een hardhandig einde aan deze illusie. De traditionele Japanse vechtsport was niet meer van Japan alleen. Dat deed pijn. En Geesink, die dit feilloos aanvoelde, toonde na de overwinning hiervoor respect. Hij kreeg er een bijna goddelijke status in Japan voor terug. Hij was de enige Europese judoka met een tiende dan, de hoogst gegradueerde.
Datzelfde diepgewortelde respect zien we nu terug in de judoschool van Geesink in Ondiep. Tegenwoordig zien we langs de sportvelden en sportzalen maar al te vaak korte lontjes langs de kant of in het veld of zaal hun ego opkrikken. In de sportschool van Geesink, waar de Eerste Utrechtse Judo en Jiujitsu School de lessen verzorgt, wordt er keihard getraind, gestreden tijdens de wedstrijden. Maar onsportief gedrag wordt niet gepikt. Twee keer per jaar zijn er Open Kampioenschappen, bevolkt door tientallen, zo niet honderden toeschouwers. Een hele happening in de volkswijk Ondiep. Maar er valt in al die jaren dat ik kampioenschappen bezoek geen wanklank. Ouders moedigen hun eigen kinderen net zo hard aan als die van anderen, de ‘tegenstanders’ van hun kinderen. Er wordt voor iedereen even hard geklapt. Judoleraar Reinier van der Seijs (7e dan) heerst over de school als een strenge maar rechtvaardige leermeester. Bij hem geen onsportieve geintjes. Niet van de kinderen, niet van de ouders. Zo hoort het.
Af en toe kwam Anton Geesink langs om te kijken naar de judolessen. Of hij ging naar zijn kantoortje dat boven de dojo was gesitueerd. Kinderen kregen zijn reusachtige handtekening op hun judopak. De laatste jaren zagen we hem steeds minder vaak. En als we hem zagen, dan was dat steeds korter. De laatste keer dat ik hem op de dojo zag, enkele maanden geleden, stond opeens de wrange ouderdom in zijn gelaat getekend. Hij liep nog moeilijker en krommer dan voorheen. Hij zwaaide kort naar Van der Seijs. Zijn ogen keken nog een keer naar de kinderen in zijn dojo. Zij voelden zijn blik in hun rug, zijn ogen keken nog één keer naar zijn portret met zijn gouden houdgreep. Hij knikte naar Van der Seijs. De judoka ging op zijn knieën zitten, de kinderen volgende zijn voorbeeld.
En de oudste judoleerling sprak zacht: “Sensei-ni-re” (Leraar gegroet). Leraar en leerlingen bogen diep. Dieper en langer dan gewoonlijk. Geesink draaide zich om en schreed voor het laatst zijn dojo uit.
Idol Mind
Blogger uit Zuilen
- login of registreer om te reageren
-
Stalen zenuwen voor Cito Eindtoets
6 februari 2012 -
Inspraak over voetbalkooi
22 januari 2012 -
Zuilenaar van het Jaar
27 december 2011 -
Mooiste Kerstboom
18 december 2011 -
Windmolens nu al ontmanteld
6 december 2011 -
Utrechts Buitencentrum wegbezuinigd
30 oktober 2011 -
Gruit op school
12 oktober 2011 -
Tumult om afschaffing Broertjes-zusjesregeling
30 september 2011 -
Niets te doen voor verkeersregelaar
14 september 2011 -
Huismus terug in straatbeeld
4 september 2011
