zondag 5 februari 2012
Vanwege het stagneren van de bouw van Leidsche Rijn doet Utrecht er beter aan te wachten met de bouw van woningen in Rijnenburg. Door de veel tragere bouw van Leidsche Rijn blijven vooral de voorzieningen achter: scholen, winkelcentra en belangrijker: het stadshart. Veel bewoners zijn daar al jaren kwaad over.
Kennelijk is de Utrechtse woningmarkt veel minder overspannen dan het stadsbestuur steeds beweert. Anders had het jaargemiddelde in Leidsche Rijn wel boven de 1500 woningen gelegen. Moeten we nieuwe bewoners van Rijnenburg dat ook aandoen? Jaren zonder voorzieningen en jaren langer in de bouwprut? En zal de productie van Leidsche Rijn niet helemaal instorten als het relatief luxere Rijnenburg de markt komt 'verzieken'?
- login of registreer om te reageren
-
Visie Gerda Oskam op Woningbouw 1458
D66 is voorstander van het investeren in de aantrekkelijkheid van met name Leidsche Rijn om, als het vertrouwen in de economie weer herstelt, de woningbouw zich ook weer kan herstellen. Dat betekent dat we bijvoorbeeld in onze andere begroting vorig najaar 5 miljoen extra wilden investeren in cultuur, ook in Leidsche Rijn. Dat betekent ook dat we ruim 27 miljoen extra wilden investeren in onderwijs, kinderopvang en voorschoolse educatie. Voor een groot gedeelte had dat betaald kunnen worden uit het investeringsfonds voor woningbouw van 20 miljoen. Want ondanks hetgeen er beweerd werd over de woningbouwproductie van het afgelopen jaar, die 20 miljoen is een druppel op een gloeiende plaat als het gaat om de woningbouwmarkt vlot te trekken. D66 heeft dan ook voorgesteld om niet ontwikkelaars en woningcorporaties tijdelijk te subsidiëren, maar structureel te investeren in een aantrekkelijker Leidsche Rijn. Helaas is dat idee niet overgenomen door de collegepartijen PvdA, VVD, CDA en CU.
D66 meent dat potentiële kopers en huurders van te bouwen woningen ook zullen worden aangetrokken door die voorzieningen als goed onderwijs en een rijk cultureel leven. Maar ook door commerciële voorzieningen als een volwaardig winkelcentrum in De Meern en in Terwijde. Beide winkelcentra zijn al veel te lang vertraagd. In De Meern door een scala aan voorziene en onvoorziene redenen, maar vaart moet er komen. In Terwijde is er nog altijd geen winkelcentrum doordat de gemeente Utrecht stelselmatig weigert een afweging te maken tussen maatschappelijke baten van een fatsoenlijke grondverwerving en de kosten voor de aankoop van grond. Na heel lang aandringen is het D66 gelukt om over die wijze van grondverwerving een onderzoek te laten doen, maar zowel de vorige wethouder grondbeleid (Giesberts van GroenLinks) als de huidige (Janssen van CDA) hebben de raad niet bij het onderzoek betrokken en lijken ook niet erg geïnteresseerd in de uitkomsten ervan - die overigens geheim zijn en waarover ik dus niets mag zeggen of schrijven. Hoe dan ook, D66 wilde en wil echt grote stappen maken met de winkelcentra in De Meern en Terwijde. Dat had al gekund door een deel van het investeringsfonds voor de economie van 10 miljoen euro, daarin te investeren i.p.v. in een gemeentelijk bureau dat grote bedrijven van elders naar Utrecht zou moeten halen. Helaas wezen de collegepartijen ook dit D66-voorstel af.
Tot slot Rijnenburg. Ik schrijf dit op vrijdag 12 februari en de gemeenteraad hierover vindt op 18 februari plaats. Het past niet om voorafgaand aan het raadsdebat hier onze denkrichting voor besluitvorming op te schrijven, want je weet maar nooit welke antwoorden het college nog heeft volgende week. In de commissies van de afgelopen weken heb ik echter veel over Rijnenburg gezegd. Heel in het kort komt het erop neer dat D66 altijd al vond dat woningbouw in Rijnenburg pas zou kunnen plaatsvinden nadat Leidsche Rijn was afgebouwd. Dat stond ook in ons verkiezingsprogramma 2006. Maar het rijk en de provincie beslisten anders. Bij democratische besluitvorming dient een betrouwbare en democratische partij als D66 zich neer te leggen. Het huidige voorstel voor woningbouw in Rijnenburg maakt echter duidelijk dat onze kijk hierop juist was: Rijnenburg is tè complex om nu en op deze manier te bebouwen. Tè complex wat betreft waterstructuur, grondstructuur, ontsluiting, bereikbaarheid, grondbezit en dus financiering. En die financiering is essentieel voor de recreatieve en ecologische ambities die vrijwel iedereen, maar zeker D66, heeft voor Rijnenburg.
- login of registreer om te reageren
-
Visie Vincent Oldenborg op
Stadspartij Leefbaar Utrecht ziet geen enkel belang om op korte termijn te gaan ontwikkelen in Rijnenburg. Deze groene oase tussen De Meern en IJsselstein is een potentiële bouwlocatie waar door gemeentelijke plannenmakers 7000 woningen en een bedrijventerrein bedacht zijn. Het verloop van de uitvoering van de plannen voor Leidsche Rijn en het Stationsgebied laat zien dat de gemeente Utrecht de handen meer dan vol heeft om deze projecten nog enigszins in de hand te houden. Daar kan simpelweg niet nog een grootschalig plan als Rijnenburg bij.
Op het argument van de PvdA en Groenlinks dat Utrecht veel meer woningen nodig heeft om aan de vraag naar woningen te voldoen, immers de wachttijd voor een sociale huurwoning bedraagt meer dan 7 jaar, valt nog heel wat af te dingen. Allereerst is er het scheefwonen. Zo'n 40 % van de sociale huurwoningen worden bezet gehouden door mensen die daar qua inkomen niet in thuis horen. Die zouden moeten doorstromen naar duurdere woningen, zoals bijvoorbeeld gebouwd worden in Leidsche Rijn, en rond de Veilinghaven. Als doorstroming werkelijk gestimuleerd wil worden, dan valt niet te ontkomen aan maatregelen in de sfeer van huur in relatie tot inkomen.
Voor doorstroming is het van belang dat mensen een wooncarriere in de eigen wijk kunnen maken. In de herstructureringsgebieden zou voor dit argument veel meer aandacht moeten zijn. De inbreng van de bewoners voor het gebiedsplan De Gagel (Overvecht) is een goed voorbeeld hoe je dat zou moeten doen. Een regelrechte misser van de zittende coalitie van PvdA, VVD, CDA en Christen Unie om dit pan naar prullenbak te verwijzen.
Belangrijk is ook dat er eens goed gekeken wordt naar de wachtlijsten voor sociale woningbouw. Stadspartij Leefbaar Utrecht is er van overtuigd dat het schrappen van de woonduur, als wachtlijstcriterium. de wachtlijst enorm vervuild heeft met mensen die zich inschrijven maar die vooralsnog helemaal niet willen verhuizen, maar op die manier wel de benodigde wachtlijstjaren opbouwen.
Tot slot is er dan ook nog het probleem van de luchtkwaliteit. Die is nu al niet goed en wordt er met 7000 extra woningen en een nieuw bedrijfsterrein niet beter op.
Samengevat eerst maar eens afmaken waar we mee begonnen zijn en wat nog lang niet af is. Daarbij zorgen dat de luchtkwaliteit in de stad echt verbeterd en ook de woningverdeling beter wordt georganiseerd. Daarna is het vroeg genoeg om te bezien wat er in Rijnenburg kan of moet gebeuren.- login of registreer om te reageren
-
Visie Tim Schipper op Woningbouw 1479
Er zijn wel degelijk flinke tekorten op de Utrechtse woningmarkt. De wachtlijst voor huurwoningen neemt alleen maar toe, studenten moeten nog veel te vaak hun toevlucht nemen tot dure bezemkasten bij huisjesmelkers, ‘goedkope’ koop kost rond de 6 jaarsalarissen modaal. Tegelijkertijd voeren de gemeente en de corporaties een sloopprogramma van tegen de 10.000 betaalbare woningen uit.
De SP vindt dit een dwaasheid van de eerste orde. Zet in op verbetering van de bestaande voorraad, door renovatie en isolatie. Bespaart energie, ontziet de portemonnee en schept werk.
Het stagneren van de bouw heeft niets te maken met een ontspannen markt, maar alles met de winstkansen van de projectontwikkelaars. Conclusie: de overheid moet meer grip krijgen op de woningmarkt, ook wat betreft de categorieën woningen. Als je al in Rijnenburg gaat bouwen, zorg dan ook voor voldoende echt betaalbare huizen.
Overigens zit Utrecht met alle bouwprojecten die nog op stapel staan aan zijn taks, als je ook nog een leefbare en bereikbare stad wil overhouden. Zie www.utrecht.sp.nl voor onze ideeën daarover.
- login of registreer om te reageren
-
Visie Eiko Smid op
Een nieuwe nieuwbouwwijk kan niet zonder een een aantal noodzakelijke en minder noodzakelijke voorzieningen. Dat geldt dus zeker voor de nieuwbouw in Leidsche Rijn en Vleuten – De Meern. Het CDA vindt dat er nog een flinke slag gemaakt moet worden voor wat betreft het voorzieningenniveau in de wijk. In de komende jaren zal de gemeente Utrecht met regio, provincie en het rijk, maar ook met partners zoals openbaarvervoersbedrijven en het bedrijfsleven goede afspraken moeten maken.
De gemeente voert een actieve rol bij het ontwikkelen van nieuwe gebieden: openbaar verover en voorzieningen moeten gelijke tred houden met het begin van de bewoning van de nieuwe huizen.
Ten aanzien van de nog nieuw te ontwikkelen nieuwbouwwijk Rijnenburg, geldt voor het CDA het principe voor “Afmaken waaraan je bent begonnen.” Dat betekent dus pas dat er wordt begonnen aan nieuwbouw in Rijnenburg als Leidsche Rijn af is en de bijbehorende voorzieningen op niveau.
Het CDA wil meer koopwoningen bouwen in Utrecht, dat is nodig voor de draagkracht onder alle voorzieningen.- login of registreer om te reageren





Reacties
De vraag naar koopwoningen zal sterk afnemen naarmate de positie van werknemers zwakker word.
Wie koopt een huis zonder een vaste aanstelling/arbeidscontract ?
De vraag naar huurwoningen zal groter en groter worden.
Deze markt komt steeds meer in handen van huisjesmelkers enz.
De gemeente moet woningbouw -cooperaties daarom verplichten tot de bouw van goede betaalbare huurwoningen.
Dit in tegenstelling tot de visie van bv. het CDA.
Het aanbod van koopwoningen is gezien de krisis al enorm.
Waarom dan bijbouwen ?
Dannaz