Henriëtte Swellengrebel

Zaterdag 11 september is het Open Monumentendag 2010. De dag heeft als thema ‘De Smaak van de Negentiende Eeuw’. DNU.nu telt 19 dagen lang af naar de 11e september met 'Negentien helden uit de negentiende eeuw'. Aflevering 12: Henriëtte Swellengrebel (1810-1874) door Fred Vogelzang. 

Vrouwen uit de betere standen werden in de negentiende eeuw niet geacht vuile handen te maken. Hun energie konden ze gebruiken voor liefdadigheid. Henriëtte Swellengrebel, dochter van een Utrechtse officier van justitie, was al jong actief bij de opvang van armen en hulpbehoevenden. In 1843 hoorde ze voor het eerst over het diaconessenwerk, dat in Duitsland en Frankrijk populair was. Al snel stichtte ze een Utrechtse afdeling en binnen een jaar kon een eerste 'Diakonessenhuis' aan de Springweg worden geopend. In dat huis werden christelijke vrouwen die in ellendige omstandigheden verkeerden, opgevangen. Al snel werd het Diakonessenhuis vooral een plek waar zieken werden verzorgd. Vrouwen uit alle rangen en standen konden diacones worden. Ze moesten wel ongebonden zijn. Het was vrijwilligerswerk, maar als tegenprestatie kregen ze kost en inwoning en werden bij ziekte zelf door hun zusters verzorgd. Henriëtte werd de eerste directrice en vond haar levensvervulling in het werk voor de zieken. Het succes van het huis noopte tot het betrekken van een groter pand, dat later uitgroeide tot een heel complex nabij de huidige Diaconessenstraat. De groei veroorzaakte ook onenigheid over de koers. Henriëtte trok zich daarom terug uit het bestuur, maar bleef intensief bij het werk betrokken. Zo zeer ging ze in haar werk op, dat ze haar eigen gezondheid verwaarloosde. Steeds meer taken kwamen op haar schouders te rusten en in 1874 overleed ze onverwacht. Onder grote belangstelling werd ze begraven. In 1913, lang na de dood van Henriëtte, verhuisde het Diakonessenhuis naar de huidige locatie.

Inhoud syndiceren
Inhoud syndiceren