Schoolmaatschappelijk werk: de schakel tussen onderwijs en hulpverlening

Onbezorgd de middelbare schooltijd doorlopen, is niet voor alle jongeren weggelegd. Zij hebben nogal eens (ernstige) problemen die hun weerslag hebben op schoolprestaties. Hoe werken scholen en schoolmaatschappelijk werkers samen en wat kan daarin beter?

De zorgcoördinator is de spil in de leerlingenzorg en ‘hoort’ bij de school. Hij of zij heeft overzicht van alle zorgleerlingen op school. De schoolmaatschappelijk werker werkt ook op de school en voert daar hulpverleningsgesprekken met aangemelde zorgleerlingen en hun ouders. Zijn of haar positie is neutraal, omdat de schoolmaatschappelijk werker niet in dienst is van de school, maar van een welzijnsinstelling. “Als de zorgcoördinator en de schoolmaatschappelijk werker een goed koppel vormen en regelmatig (kort) overleggen, helpt dat de leerlingenzorg enorm”, zegt Stephanie van de Haar, die namens Stichting Stade op praktijkschool Kranenburg en de Utrechtse School werkt.

Ouders
Waar wrijft het soms? “Scholen denken heel praktisch en gaan (te) snel over tot handelen en oplossen. Daarbij vergeten ze wel eens tijdig met de ouders hun zorgen te bespreken of om de jongere aan te melden bij schoolmaatschappelijk werk”, zegt Esther Schepers, teamleider Onderwijshulpverlening bij Stichting Stade. “Het is goed bedoeld van scholen en bevlogen mentoren om het lang zelf te proberen. Wat wij zeggen is: schoenmaker blijf bij je leest. Mentoren hebben als taak om problemen te signaleren en wij om hulp te verlenen.” Het is volgens de schoolmaatschappelijk werkers van groot belang dat scholen de ouders betrekken bij de gesignaleerde zorg en de oplossing. Van de Haar: “Ouders blijven verantwoordelijk en zijn onmisbaar in het proces. Door ouders vanaf het begin te betrekken, krijg je ze eerder mee een bepaalde richting op.”

Laat naar bed
Neem de 14-jarige Miquel: hij komt stelselmatig te laat op school en kan zijn aandacht er niet bij houden. Wat blijkt: hij komt uit een eenoudergezin. Zijn moeder moet om half vijf ’s ochtends in een winkel beginnen en gaat daarom vroeg naar bed. Daardoor heeft ze niet in de gaten dat Miquel pas om half twee ’s nachts naar bed gaat, te laat opstaat en dus te laat op school komt. “De school moet zoiets tijdig communiceren aan ouders, maar kiezen er vaak voor om alvast te handelen. Hierdoor hoort Miquels moeder het bijvoorbeeld pas nadat een leerplichtambtenaar is ingeschakeld. Zo loop je achter de feiten aan en ontstaat er wantrouwen bij moeder”, legt Van de Haar uit. “In het gesprek blijkt uiteindelijk dat zij best om half elf ’s avonds haar wekker wil zetten om te zorgen dat haar zoon op tijd gaat slapen. Maar dan moet ze wél weten wat er speelt.”

Meedenken
Naast het bieden van hulpverlening aan jongeren en hun ouders, ondersteunt de schoolmaatschappelijk werker de school waar hij of zij werkt. Door mee te denken in de zorgstructuur van de school, door bepaalde trends te signaleren en gerichte activiteiten te starten. Bijvoorbeeld als er op de school veel gepest wordt en er behoefte is aan een pestprotocol met kaders en richtlijnen. “Door personele wisselingen is het mentorenteam elk jaar weer anders op een school. Dit kan ervoor zorgen dat stabiele deskundigheid op de school ontbreekt. De schoolmaatschappelijk werker kan fungeren als een stabiele vraagbaak, die de routes binnen hulpverleningsland goed kent”, zegt Schepers.

Terugkoppeling
Andersom geeft de hulpverlening soms weinig terugkoppeling aan de school. “Op deze manier blijven onderwijs en hulpverlening twee aparte werelden. Een school denkt: Hé, hoe gaat het eigenlijk met de behandeling van Miquel? Als school opbelt naar de organisatie, blijkt die behandeling allang te zijn afgesloten”, illustreert Schepers. Dat komt aan de ene kant doordat school een moeilijk bereikbare organisatie is. Maar ook neemt de hulpverlening de expertise van scholen niet voldoende serieus, denkt Schepers.

Objectief
De positie die een schoolmaatschappelijk werker inneemt, als een schakel tussen die twee werelden, is zowel zinvol als lastig. “We zijn neutraal en onafhankelijk, maar krijgen regelmatig te maken met een school die ergens op wil aansturen - bijvoorbeeld op een andere school voor de leerling - en ons daarbij om hulp vraagt”, zegt Van de Haar. “Binnen schoolmaatschappelijk werk is het begrip ‘meervoudige partijdigheid’ belangrijk. Door onze positie kunnen we objectief kijken wat het beste is voor deze leerling in deze situatie. Het kan dan gebeuren dat we niet met de school op één lijn zitten, want ook de belangen van leerlingen en ouders spelen een grote rol.”

Miquel is een gefingeerde naam.

DNU Podium Welzijn is een samenwerkingsverband tussen DNU.nu en de Utrechtse welzijnsorganisaties Stichting Stade en Doenja Dienstverlening. De (redactionele) eindverantwoordelijkheid voor mededelingen, activiteiten en bijdragen vanuit beide organisaties ligt bij Stichting Stade en Doenja Dienstverlening. Journalistieke artikelen vallen onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van DNU.nu en de welzijnsorganisaties.

Stichting Stade
Pieterskerkhof 16
3512 JR Utrecht
030-2361717
info@stichtingstade.nl
stichtingstade.nl

DOENJA Dienstverlening
Europalaan 55
3526 KP Utrecht
030-2809080
info@doenjadienstverlening.nl
doenjadienstverlening.nl

stichtingstade.nl

Inhoud syndiceren