Ook bij allochtonen komt nu een vrijwilliger over de vloer

De eerste generatie migranten van Turkse en Marokkaanse afkomst wordt ouder en hulpbehoevender. Hun kinderen, die mantelzorg verlenen, raken overbelast. Toch zijn het vooral ‘witte’ Nederlanders die voor hulp door vrijwilligers aankloppen. Dat kan anders, dacht Stichting Stade.

“We willen hulp bieden aan iedereen”, zegt Ilja Rodermans, consulent informele zorg bij Stichting Stade. Ze legde dit jaar contacten met sleutelfiguren en organiseerde diverse activiteiten voor de Marokkaanse gemeenschap. Met voorzichtig resultaat: het aantal hulpvragers én vrijwilligers van Marokkaanse komaf is toegenomen.

De toenadering tot de Marokkaanse gemeenschap is één van de speerpunten die Stichting Stade dit jaar heeft ontwikkeld. Twee andere speerpunten zijn netwerkcoaching (mensen leren hun eigen netwerk in te schakelen) en een betere blik op de situatie van cliënten. Door de bezuiniging op de AWBZ raken mensen het recht op betaalde zorg kwijt en vallen ze terug op ondersteuning door vrijwilligers. Organisaties als Stichting Stade zien de zwaarte van hulpvragen toenemen. Het geld voor het behalen van die speerpunten komt dan ook uit gemeentelijk budget ter compensatie van de bezuinigingen op de AWBZ.

Sleutelpersonen
Stichting Stade richtte zich allereerst op de grootste groep allochtonen in de stad, de Marokkaanse gemeenschap. “Daarbij maken we gebruik van sleutelpersonen”, vertelt Rodermans. “Van hen horen we dat er echt wel veel hulp nodig is onder allochtonen. Veel wordt binnen de families gedaan, dat hoort bij de cultuur. Er zijn ook mensen met weinig familie, of alleenstaande moeders. Maar de drempel is te hoog. We zijn nog te weinig bekend, en vaak willen mensen in de eigen taal worden geholpen.”

Daarom maakt Stichting Stade gebruik van vrijwilligers en medewerkers die in die eigen taal spreken. Habiba Chrifi werkt als consulent-mantelzorgmakelaar bij het Steunpunt Mantelzorg van Stade en is zo’n sleutelpersoon. Ze werkt al lang in het veld in Utrecht en mensen kennen haar. En zo gaan de deuren open, vertelt ze. “Heel veel Marokkanen weten niet dat er vrijwillige hulp is. Ze zijn wantrouwig. Als het om een goede bekende gaat kom je sneller binnen.”

Terughoudendheid
De bekendheid van het Steunpunt Mantelzorg Utrecht zorgt ervoor dat er steeds meer hulpaanvragen binnenkomen. Chrifi: “Als de mensen de Algemene Hulpdienst weten te vinden, staan ze open voor hulp bij administratie en klusjes.” Alleen als het gaat om zorg en kinderen is er terughoudendheid. “Mantelzorg is iets vanzelfsprekends voor Marokkanen”, legt Chrifi uit. “Het zijn je ouders voor wie je wilt zorgen. Wel is er verandering gaande. De tweede en derde generatie studeert en werkt veel meer. Ze hebben nog steeds de intentie om voor hun oude of zieke ouders te zorgen, maar op een gegeven moment wordt het te zwaar. Ze gaan eerder hulp zoeken. Toch bestaat nog steeds de terughoudendheid uit angst voor roddels. Als jij een vrijwilliger toelaat bij je ouders, krijg je roddels dat jij niet meer voor hen wilt zorgen.”

Persoonlijk contact werkt dus bij de Marokkaanse doelgroep veel beter dan e-mail of telefoon, concludeert Rodermans. “Je moet je gezicht laten zien. Daarom proberen we in de eigen taal iets te doen. Elke vrijdagmiddag hebben we dan ook een vrijwilligster op kantoor die Arabisch en Berbers spreekt en de hulpvragen kan aannemen. Ook organiseren we speciale voorlichtingsbijeenkomsten.”

Met de extra subsidie zijn inmiddels vele mensen door de Algemene Hulpdienst geholpen, waarvan steeds meer van allochtone afkomst. Stichting Stade gaat door met het werven van vrijwilligers en het krijgen van meer bekendheid, onder meer bij moskeeën in de buurt. Na de Marokkaanse gemeenschap gaat Stichting Stade nu ook banden aanhalen met de Turkse gemeenschap. Rodermans: “Onze hulp door vrijwilligers is erg belangrijk. De professionele zorg wordt steeds moeilijker, indicaties worden strenger. Tegelijkertijd worden meer mensen hulpbehoevend.”

DNU Podium Welzijn is een samenwerkingsverband tussen DNU.nu en de Utrechtse welzijnsorganisaties Stichting Stade en Doenja Dienstverlening. De (redactionele) eindverantwoordelijkheid voor mededelingen, activiteiten en bijdragen vanuit beide organisaties ligt bij Stichting Stade en Doenja Dienstverlening. Journalistieke artikelen vallen onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van DNU.nu en de welzijnsorganisaties.

Stichting Stade
Pieterskerkhof 16
3512 JR Utrecht
030-2361717
info@stichtingstade.nl
stichtingstade.nl

DOENJA Dienstverlening
Europalaan 55
3526 KP Utrecht
030-2809080
info@doenjadienstverlening.nl
doenjadienstverlening.nl

stichtingstade.nl

Inhoud syndiceren