Hulpverlening rondom wel of niet invriezen van eicellen

Fiom Utrecht biedt begeleiding aan vrouwen of (echt-)paren die nadenken over de keuze voor wel of geen kinderen. Nieuwe ontwikkelingen brengen ook nieuwe overwegingen: zal ik mijn eicellen laten invriezen? Of een beroep doen op de nieuwe eicelbank, die UMC Utrecht begin 2012 start, als een van de eerste in Nederland.

Eind 2011 was het zover: de beroepsverenigingen van gynaecologen en embryologen vinden dat argumenten om het invriezen van eicellen om niet-medische redenen af te wijzen onvoldoende steekhoudend zijn. Ofwel: invriezen om sociale redenen mag, maar wel onder voorwaarden. De maatschappelijke en financiële druk om het ouderschap uit te stellen moet verminderen, vinden de beroepsverenigingen. Artsen mogen zo’n verzoek alleen inwilligen na zorgvuldige counseling en marginale toetsing van de hulpvraag. De arts moet ervan overtuigd zijn dat het verzoek berust op voor de vrouw zwaarwegende redenen.

De arts moet zich er ook van vergewissen, dat de vrouw zich niet laat leiden door irreële verwachtingen over de kans op succesvol toekomstig gebruik van gevitrificeerde eicellen. Naast gesprekken met de gynaecoloog zijn er gesprekken met een maatschappelijk werker.

Gevolgen bespreken
Bij Fiom Utrecht melden zich alleenstaande vrouwen en soms (echt)paren aan, die overwegen om ouder te worden van een kind dat genetisch deels of niet van hen afstamt. Een kind waarbij dus een spermadonor of – in de toekomst – een eiceldonor betrokken is. Maatschappelijk werker Mea Coppens: ,,De cliënten geven aan dat zij het prettig vinden begeleid te worden door een maatschappelijk werker die onafhankelijk van het ziekenhuis de gevolgen voor een dergelijke ingreep met hen bespreekt. In onze gesprekken gaat het onder meer over de gevolgen voor henzelf en hun omgeving, vrienden, familie, werkkring.”

Hoe leg ik het later uit?
Vaak gaat het om vrouwen die zich afvragen hoe het voor het kind is nooit te zullen weten wie de biologische vader is. Hoe is het voor henzelf om een kind te dragen van een persoon die je zelf niet kent? Hoe zal de (eventuele toekomstige) opvoedvader zich gedragen tegenover het kind? Hoe leg ik het mijn kind later uit? Ook zijn er vrouwen die zich afvragen wat de gevolgen zijn voor het kind. Mea Coppens: ,,Antwoorden op deze vragen liggen in de toekomst, maar het gaat erom dat er ruimte en tijd is voor vrouwen die kiezen voor een dergelijke ingreep.”

DNU Podium Welzijn is een samenwerkingsverband tussen DNU.nu en de Utrechtse welzijnsorganisaties Stichting Stade en Doenja Dienstverlening. De (redactionele) eindverantwoordelijkheid voor mededelingen, activiteiten en bijdragen vanuit beide organisaties ligt bij Stichting Stade en Doenja Dienstverlening. Journalistieke artikelen vallen onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van DNU.nu en de welzijnsorganisaties.

Stichting Stade
Pieterskerkhof 16
3512 JR Utrecht
030-2361717
info@stichtingstade.nl
stichtingstade.nl

DOENJA Dienstverlening
Europalaan 55
3526 KP Utrecht
030-2809080
info@doenjadienstverlening.nl
doenjadienstverlening.nl

stichtingstade.nl

Inhoud syndiceren