Gerda Oskam

Het klopt dat het aantal ambtenaren in de collegeperiode van PvdA, GroenLinks, CDA en Christen Unie met bijna 45% is toegenomen. Dat is veel. Maar het zou allemaal niet erg zijn als de gemeente klantvriendelijker zou zijn gaan werken in dezelfde periode, met meer kwaliteit. Maar dat is niet het geval zo blijkt uit de gemeentelijke monitor.
Ook het aantal externen is toegenomen. Op zich ook niet erg, want het is goed om mensen met specifieke kwaliteiten in te huren als dat nodig is. Maar meer dan 100 miljoen uitgeven aan externe inhuur? En zonder dat er eerst gekeken wordt of die specifieke kwaliteiten al elders in huis zijn? Zonder dat er een systeem bestaat waaruit de specifieke kwaliteiten van ambtenaren blijkt? Of waardoor er een afweging gemaakt kan worden tussen ambtenaren op te leiden of extern mensen in te huren?

Volgens D66 moet en kan het echt anders met de organisatie van de gemeentelijke overheid.

D66 is voorstander van een klantgerichte, vraaggestuurde en kostenbewuste overheid. Dan moet je kijken welke compenties je daarvoor in huis moet hebben en daarna heb je een competentiegericht personeelsbeleid nodig. In het bedrijfsleven is het niet anders. Daar komt de prikkel om dit te bewerkstelligen uit concurrentieoverwegingen. Bij de overheid dient het te komen vanuit het bestuur - in de gemeente Utrecht door een eenduidige visie vanuit het college van B&W.

Daarom heeft D66 de afgelopen jaren ideeën aangedragen, die nu ook weer in het verkiezingsprogramma staan, om de gemeente Utrecht klantvriendelijker, vraaggestuurder en kostenbewuster in te richten en te laten werken.
D66 stelt voor om:
- de gemeentelijke organisatie te vereenvoudigen, met nadruk op de kwaliteit van uitvoering en participatie door inwoners en ondernemers
- een kerntakendiscussie te voeren: wat doet de overheid wel, wat niet
- een gemeenteraadscommissie in te stellen voor beleidsbeëindiging: geen langlopende onderzoeken naar beleid in de verre toekomst (visies tot 2040) meer die bovendien de democratische besluitvorming bevorderen. En maak zeker geen plannen meer waarvoor geen dekking is!
- een Dienst Gemeenschappelijk Vastgoed op te richten, zodat er synergievoordelen ontstaan bij de nu versnipperde afdelingen die gaan over de bouw van scholen, buurtcentra, kantoren, enz. Daardoor kan de kostprijs voor accomodaties omlaag, wat weer ten goede komt aan de activiteiten van sportverenigingen, welzijnsorganisaties, kinderopvang, culturele instellingen, enz.
- de afdeling financiën leading te maken, zodat de overheadkosten kunnen worden verminderd bij de verschillende gemeentelijke afdelingen.
- het onderhoud van de openbare ruimte te verzelfstandigen: daardoor kan ook de kwaliteit verhoogd worden via kwaliteitscontracten
- de verplichte toets op bouwplannen door allerhande welstandscommissies af te schaffen. De welstandcommissies zelf kunnen dan ook worden afgeschaft
- niet te kiezen voor een juridische strijd met inwoners en ondernemers, maar dit tijdiger op te lossen
- geen actief grondbeleid te voeren, zodat er samengewerkt i.p.v. tegengewerkt wordt met ontwikkelaars en woningcorporaties.

Het idee om de Commissie voor Welstand en Monumenten af te schaffen lijkt mij een heel slecht idee. Deze Commissie is binnen het ambtelijk apparaat juist een van de weinige die voor relatief weinig kosten heel veel goed werk verricht. Zonder Welstandscommissie wordt het bouwen in Utrecht een zooitje. Samenwerking met projectontwikkelaars en woningcorporaties is natuurlijk een goede zaak, maar de gemeente moet natuurlijk in Utrecht wel de baas blijven en zij mag niet naar de pijpen van een stelletje vastgoed juppen gaan dansen, zoals men bij D´66 kennelijk graag ziet. En een gemeente dient ook wel een zekere toekomstvisie te hebben, al is het maar om te voorkomen dat het beleid van het ene College weer net zo wordt teruggedraaid door het volgende College. Hoeveel de ontwikkeling daarvan mag kosten is wel een tweede vraag. Maar een zekere toekomstvisie moet er zeker zijn. Wat D´66 voor ogen staat is een gemeente zonder visie op de toekomst, die zich steeds laat leiden door een stelletje vastgoed patsers, die dan ook nog eens zonder enige vorm van controle door de Welstandscommissie mogen laten bouwen wat ze willen, wanneer en waar ze dat willen en hoe ze dat willen. Wie de vraag stelt of de burger daar nou zo blij mee moet zijn, heeft de vraag eigenlijk al beantwoord.

Inhoud syndiceren