Vincent Oldenborg

De Utrechtse Dom is eeuwenlang een baken geweest voor de ommelanden van de stad. Dat kun je bijvoorbeeld heel mooi zien als je van Westbroek naar fort de Gagel fietst. Enerzijds een voorbeeld van middeleeuwse godvruchtigheid maar tegelijk ook het resultaat van een ordinaire strijd onder het thema "Wie heeft de grootste".
Voor Stadspartij Leefbaar Utrecht is de Utrechtse Dom niet de ultieme hoogtemaat voor de stad. In de periode 2001-2006 hebben wij ons, aanvankelijk als enige, ingezet voor een stedelijke hoogbouw visie, juist om de eeuwigdurende discussie over de acceptabele hoogte van nieuwbouw een kader te geven.
Deze moeizaam tot stand gekomen visie heeft er toe geleid dat er een duidelijk kader is ontstaan voor het Stationsgebied en de binnenstad (niet hoger dan de Dom), voor kleinere bouwprojecten die moeten worden ingepast tussen bestaande bebouwing.
Verder geeft de visie de mogelijkheid om aan de randen van de stad, in het ruimtelijke ordening jargon de poorten van de stad, markante gebouwen met een hoogte boven de 112 meter te ontwikkelen. Daartoe behoort ook het centrum Leidsche Rijn. Tijdens de behandeling van de visie was vrij duidelijk waar de toenmalige raad aan dacht. Er werd voortdurend gerefereerd aan voorbeelden tussen de 120 en 140 meter. Die hoogte kwam overigens niet toevallig naar voren. De raad kreeg van meerdere kanten informatie dat rond 140 meter een soort logisch omslagpunt lag waar het de kosten van realisatie betrof. Boven de 140 meter zouden de kosten onevenredig oplopen.
Stadspartij Leefbaar Utrecht is niet principieel tegen hoogbouw of hoger bouwen dan de Dom. Zeker in een stad waar de ruimte beperkt is, kan hoogbouw er toe bijdragen dat er meer ruimte overblijft voor een groene en kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte. Daarvan zijn in Overvecht mooie voorbeelden te vinden.
Waar het omgaat is dat bij de ontwikkeling van het centrum Leidsche Rijn, waarvan het totaal aan vierkante meters redelijk vastligt, vooral gekeken wordt naar een samenhangend geheel van gebouwen dat met elkaar een sfeervol centrum oplevert. Een centrum dat ook zo duurzaam en flexibel is, dat het voor een lange tijd kan voldoen aan de eisen van een constant veranderende samenleving. Daarin zal hoogbouw zeer zeker een plaats kunnen hebben. Mogelijk zelfs hoger dan 112 meter maar dan alleen als het bijdraagt aan de samenhang van dat centrum en niet slechts moeten dienen als bewijs voor de voortuitstrevendheid en durf van Utrecht. Dat komt ons te dicht bij het "Wie heeft de grootste" van 700 jaar geleden.

Als de hoogbouwvisie voor Leidsche Rijn Centrum zich beperkt tot "hoger dan 112 meter", is er dan sprake van visie, of van een gebrek daaraan?

Inhoud syndiceren