Gerda Oskam

D66 is voorstander van het investeren in de aantrekkelijkheid van met name Leidsche Rijn om, als het vertrouwen in de economie weer herstelt, de woningbouw zich ook weer kan herstellen. Dat betekent dat we bijvoorbeeld in onze andere begroting vorig najaar 5 miljoen extra wilden investeren in cultuur, ook in Leidsche Rijn. Dat betekent ook dat we ruim 27 miljoen extra wilden investeren in onderwijs, kinderopvang en voorschoolse educatie. Voor een groot gedeelte had dat betaald kunnen worden uit het investeringsfonds voor woningbouw van 20 miljoen. Want ondanks hetgeen er beweerd werd over de woningbouwproductie van het afgelopen jaar, die 20 miljoen is een druppel op een gloeiende plaat als het gaat om de woningbouwmarkt vlot te trekken. D66 heeft dan ook voorgesteld om niet ontwikkelaars en woningcorporaties tijdelijk te subsidiëren, maar structureel te investeren in een aantrekkelijker Leidsche Rijn. Helaas is dat idee niet overgenomen door de collegepartijen PvdA, VVD, CDA en CU.

D66 meent dat potentiële kopers en huurders van te bouwen woningen ook zullen worden aangetrokken door die voorzieningen als goed onderwijs en een rijk cultureel leven. Maar ook door commerciële voorzieningen als een volwaardig winkelcentrum in De Meern en in Terwijde. Beide winkelcentra zijn al veel te lang vertraagd. In De Meern door een scala aan voorziene en onvoorziene redenen, maar vaart moet er komen. In Terwijde is er nog altijd geen winkelcentrum doordat de gemeente Utrecht stelselmatig weigert een afweging te maken tussen maatschappelijke baten van een fatsoenlijke grondverwerving en de kosten voor de aankoop van grond. Na heel lang aandringen is het D66 gelukt om over die wijze van grondverwerving een onderzoek te laten doen, maar zowel de vorige wethouder grondbeleid (Giesberts van GroenLinks) als de huidige (Janssen van CDA) hebben de raad niet bij het onderzoek betrokken en lijken ook niet erg geïnteresseerd in de uitkomsten ervan - die overigens geheim zijn en waarover ik dus niets mag zeggen of schrijven. Hoe dan ook, D66 wilde en wil echt grote stappen maken met de winkelcentra in De Meern en Terwijde. Dat had al gekund door een deel van het investeringsfonds voor de economie van 10 miljoen euro, daarin te investeren i.p.v. in een gemeentelijk bureau dat grote bedrijven van elders naar Utrecht zou moeten halen. Helaas wezen de collegepartijen ook dit D66-voorstel af.

Tot slot Rijnenburg. Ik schrijf dit op vrijdag 12 februari en de gemeenteraad hierover vindt op 18 februari plaats. Het past niet om voorafgaand aan het raadsdebat hier onze denkrichting voor besluitvorming op te schrijven, want je weet maar nooit welke antwoorden het college nog heeft volgende week. In de commissies van de afgelopen weken heb ik echter veel over Rijnenburg gezegd. Heel in het kort komt het erop neer dat D66 altijd al vond dat woningbouw in Rijnenburg pas zou kunnen plaatsvinden nadat Leidsche Rijn was afgebouwd. Dat stond ook in ons verkiezingsprogramma 2006. Maar het rijk en de provincie beslisten anders. Bij democratische besluitvorming dient een betrouwbare en democratische partij als D66 zich neer te leggen. Het huidige voorstel voor woningbouw in Rijnenburg maakt echter duidelijk dat onze kijk hierop juist was: Rijnenburg is tè complex om nu en op deze manier te bebouwen. Tè complex wat betreft waterstructuur, grondstructuur, ontsluiting, bereikbaarheid, grondbezit en dus financiering. En die financiering is essentieel voor de recreatieve en ecologische ambities die vrijwel iedereen, maar zeker D66, heeft voor Rijnenburg.

Inhoud syndiceren