DNU podium welzijn

  • ‘Scholen vinden het moeilijk probleemgedrag met ouders te bespreken’

    Wie heeft de verantwoordelijkheid voor de opvoeding: alleen de ouders of speelt de school een even belangrijke rol? Schoolmaatschappelijk werker van Stichting Stade, Gerdien van de Gronden, reageert op de kwestie.

    “Toevallig is dat een hele actuele vraag waarover we veel praten”, zegt Van de Gronden. Zij is werkzaam op drie Utrechtse scholen: het Bonifatiuscollege, het Grafisch Lyceum Utrecht en X 11 (vmbo school voor grafimedia).

    Verantwoordelijkheid
    Primair ligt de verantwoordelijkheid bij de ouders, vindt Van de Gronden. “Ouders zijn existentieel verbonden met hun kind. Zij hebben het beste voor met hun kind. Ook als er dingen mis gaan. Andersom geldt hetzelfde: ouders zijn het belangrijkste voor een kind. Ook als zij het – in de ogen van de hulpverlening - verknallen.” Maar: op de momenten dat ouders hun kind ‘uit handen geven’, heeft school in haar ogen een gedeelde verantwoordelijkheid. “De primaire taak van een school is educatie bieden. Maar daar horen ook belangrijke vormingsvaardigheden bij, zoals persoonlijk functioneren en gedrag in een groep.”

    Gevoelige problematiek
    Van de Gronden merkt dat scholen het soms moeilijk vinden om (probleem)gedrag van het kind met de ouders te bespreken. “Dat is ook lastig, het is gevoelige problematiek. Docenten willen ouders niet boos maken of kwetsen. Daarom bespreken docenten het probleem liever eerst intern of ze proberen het zelf op te lossen”, legt de schoolmaatschappelijk werker uit. “Boze, ontkennende en beschuldigende reacties van ouders komen absoluut voor. Ik heb zelf ook een dochter en weet hoe het je kan raken als je op het gedrag van je kind wordt aangesproken.” Haar belangrijkste inzicht is: durf je kwetsbaar op te stellen, dat geldt zowel voor scholen als voor ouders. “Niet alleen docenten vinden het spannend. Ook de ouders. Ze denken al gauw: Als er iets fout gaat, dan is het mijn schuld. De huidige tendens in de maatschappij draagt ook bij aan die huivering bij ouders.”

    Samen oplossen
    Van de Gronden vindt het essentieel dat scholen en de hulpverlening het diepe besef hebben dat het kind van de ouders is. “Als je ouders met dat basisrespect benadert en vraagt: ‘Hoe gaan we dit probleem samen oplossen?’, kun je veel bereiken.” Maar dat is niet zoals het in de praktijk altijd gaat, vindt ze. “Ouders worden wel snel gezien als veroorzaker van een probleem, maar niet betrokken bij de oplossing. Ouders worden door school vaak (te) laat geïnformeerd over zorgen over hun kind. Scholen en hulpverleners die werken met minderjarige kinderen zijn al met oplossingen bezig terwijl de ouders nog niet eens zijn ingelicht. Dat vind ik een aanmatigende houding: wij zijn professional, dus wij weten het wel.” Van de Gronden begrijpt die houding overigens wel. “Soms wéét je het als professional ook beter, maar dat is niet interessant. De ouders zijn degenen die deel uitmaken van de dagelijkse leefomgeving van het kind. Je moet zorgen dat zij jouw hulp willen aanvaarden. Dat is het dilemma van de hulpverlener.”

    Het schoolmaatschappelijk werk van Stichting Stade is actief op 17 scholen in Utrecht. Daarmee worden jaarlijks zo’n 650 leerlingen en hun ouders/verzorgers bereikt.
     

DNU Podium Welzijn is een samenwerkingsverband tussen DNU.nu en de Utrechtse welzijnsorganisaties Stichting Stade en Doenja Dienstverlening. De (redactionele) eindverantwoordelijkheid voor mededelingen, activiteiten en bijdragen vanuit beide organisaties ligt bij Stichting Stade en Doenja Dienstverlening. Journalistieke artikelen vallen onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van DNU.nu en de welzijnsorganisaties.

Stichting Stade
Pieterskerkhof 16
3512 JR Utrecht
030-2361717
info@stichtingstade.nl
stichtingstade.nl

DOENJA Dienstverlening
Europalaan 55
3526 KP Utrecht
030-2809080
info@doenjadienstverlening.nl
doenjadienstverlening.nl

Inhoud syndiceren